Belgische wetgeving > KB Varkenshouderij >
     Bijzondere voorschriften

HOOFDSTUK IV - Bijzondere voorschriften voor de verschillende categorieën varkens

Afdeling 1. - Beren.

Art. 17. De berenhokken moeten zo gebouwd en gelegen zijn dat de beer de andere varkens kan horen, ruiken en zien. De vloeroppervlakte van het hok moet minstens 6 m2 bedragen. Indien het hok gebruikt wordt voor het dekken, moet deze vloeroppervlakte groter zijn en mag het geen roostervloer zijn.

Afdeling 2. - Zeugen.

Art. 18. Zeugen moeten van alle vuil worden ontdaan voordat ze naar het kraamhok gebracht worden. Indien nodig moeten ze tegen in- en uitwendige parasieten behandeld worden.

Art. 19. § 1. Zeugen moeten een schone en comfortabele ligruimte met behoorlijke afvoer hebben en zo nodig over passend nestmateriaal kunnen beschikken.
§ 2. Achter de zeug moet voldoende ruimte aanwezig zijn om het natuurlijke of begeleide werpen te vergemakkelijken.
§ 3. Kraamhokken waarin de zeugen zich vrij kunnen bewegen, moeten voorzien zijn van een bescherming voor de biggen zoals een zeugenbeugel.
§ 4. Indien een kraamkooi gebruikt wordt, moeten de biggen voldoende ruimte hebben om ongehinderd gezoogd te kunnen worden.

Afdeling 3. - Biggen.

Art. 20. Biggen moeten zo nodig een warmtebron ter beschikking hebben en een droge en comfortabele ligruimte buiten bereik van de zeug waar ze allen tegelijk kunnen rusten.

Art. 21. Biggen mogen niet van hun moeder worden gescheiden alvorens zij drie weken oud zijn tenzij dat nodig is voor het welzijn of voor de gezondheid van de zeug of van de biggen.

Last update: 01/11/2006